Meer dan supplementen: wat orthomoleculaire voedingsleer écht inhoudt
Bijgewerkt op: 25 aug
Armen over elkaar en onderuit gezakt op de stoelen. Een aantal deelnemers aan mijn training had er duidelijk geen zin in. Ik stond voor een groep van bijna twintig apothekersassistenten, aan het begin van een reeks trainingen bij deze apotheek. We zouden het hebben over de invloed van vitaminen, mineralen, vetten en kruiden op gezondheid en gezondheidsklachten.
Zo'n negatief publiek was een nieuwe uitdaging voor me, maar ik had door de jaren heen regelmatig meegemaakt dat mensen het niet begrepen. Een misverstand.
Hun vakgebied raakte veel aan het mijne, maar dat wisten ze nog niet. Ze wisten nog niets over de enorme wetenschappelijke basis onder de informatie over voedingsstoffen.
Orthomoleculaire voedingsleer is namelijk gebaseerd op wetenschap, biochemie en fysiologie en is dus zeker geen broodjeaapverhaal.

Naarmate ik meer vertelde over de werking van bepaalde vitaminen, zoals de onmisbare rol van vitamine D bij het immuunsysteem, zag ik ze langzaam opveren. Ik nam ze mee in mijn wereld, waarin ik inmiddels al bijna vijftien jaar met plezier werk. Mijn passie was mijn werk geworden.
Het ondersteunen van het lichaam met stoffen die daarin thuishoren, in de juiste hoeveelheid, voelt namelijk zo natuurlijk voor me. Waarom denken we zo vaak dat de fabriek het beter kan maken dan de natuur....
Orthomoleculaire voedingsleer is een dynamisch vakgebied waarin voortdurend nieuwe kennis bijkomt. Kennis die vaak jaren nodig heeft om door te dringen tot de reguliere zorg.
Ik vertelde deze groep over de belangrijkste onderzoeksgebieden binnen de orthomoleculaire voedingsleer: mitochondriale gezondheid, darmflora, het zenuwstelsel en hormonen.
Zo ging ik in op de rol van magnesium in het zenuwstelsel. We grijpen vaak naar paracetamol bij hoofdpijn of migraine, maar zulke klachten kunnen ook samenhangen met een tekort aan magnesium, een mineraal die door veranderde landbouwmethoden steeds minder voorkomt in onze voeding.
Tijdens de vervolgsessies bouwden we een relatie op. Ik gaf hen advies over vermoeidheid, hormonen en griep. Voedingssupplementen werden een normaler onderdeel van hun eigen advies. Zo raadden ze tijdens antibioticagebruik een probioticum aan, iets wat in veel landen buiten Nederland al standaard is.
Een ander deel van mijn werk is persoonlijk advies geven. Herken jij de opmerking "Ik eet toch al gezond genoeg?" Voor mij is dat altijd een mooie ingang voor een gesprek, om samen te kijken wat voeding en voedingsstoffen voor jou kunnen betekenen.
Tijdens mijn eigen reis met vruchtbaarheidsproblemen liep ik hier ook tegenaan. Mijn fertiliteitsarts vertelde me over foliumzuur en vitamine D, maar daar bleef het bij. Dus begon ik zelf te lezen, onder andere via PubMed.
Zo stuitte ik op The Nurses' Health Study, waarin ruim 18.000 verpleegkundigen met een kinderwens bijna tien jaar lang gevolgd werden. De onderzoekers keken naar het effect van voeding en leefstijl, en vonden duidelijke verbanden. En dat is nog maar één van de vele onderzoeken. Ik vroeg me af: waarom kon mijn arts me daar zo weinig over vertellen?
De afgelopen jaren heb ik me steeds verder verdiept in het thema vruchtbaarheid, mede vanuit mijn eigen ervaring. Ik merkte hoeveel vrouwen pas bij een kinderwens écht naar hun gezondheid gaan kijken, terwijl hun lichaam vaak al veel eerder signalen gaf. Voeding, tekorten, stress en hormonen zijn namelijk diep met elkaar verweven.



Opmerkingen